De wekelijkse blog van René ten Bos


27 – 4 – 2022:

ZOLDERKAMERTJES

“Het eerste slachtoffer van de oorlog is de waarheid.” Dit is een vermaard citaat, ook al is niet helemaal duidelijk wie de eerste was die het zei. Ik weet het: het citaat is toegeschreven aan Winston Churchill (1874-1965) of aan de Amerikaanse senator Hiram Johnson (1866-1945). Maar ik vind de vermaarde Britse literatuurcriticus Samuel Johnson (1709-1784) de geloofwaardigste kandidaat. Hij vraagt zich niet alleen af wat er precies geslachtofferd wordt ten tijde van de oorlog, maar vooral ook waar dat gebeurt.

Ik vertaal wat hij schreef toen hij rond de 50 was: “Tot de calamiteiten van een oorlog dienen we het verlies van onze waarheidsliefde te rekenen: dat komt door de leugens die door belangen gedicteerd worden en ook doordat onze eigen lichtgelovigheid ons ertoe aanzet.” Ik geef toe: zo kort en bondig als de openingszin van deze column is dit allesbehalve, maar het is subtieler en bevat ook nog eens een interessante aanzet tot een analyse van oorzaken. De waarheid, zo stelt Johnson, is strikt genomen niet het slachtoffer van de oorlog, maar onze liefde voor de waarheid en dat is toch iets anders. De liefde voor de waarheid die iedereen geacht wordt in zich te hebben, kan in tijden van oorlog kennelijk niet op tegen onze beïnvloedbaarheid en naïveteit.

Maar waar wordt de liefde voor de waarheid geofferd? Op het slagveld? In het parlement? We moeten even verder lezen. Het citaat staat in een reeks van 12 essays die Johnson tussen 1758 en 1760 schreef en die verzameld werden onder de titel The Idler, iets wat we zouden kunnen vertalen als ‘De lanterfanter’. Heel wat lanterfanters worden opgevoerd, maar volgens Johnson was degene die het nieuws bracht, de zogenoemde news-writer, de ergste van allemaal. In tijden van oorlog speelt het journaille niets anders dan een macabere rol. Het weet dat de natie vooral iets goeds over zichzelf en iets slechts over de vijand wil horen en niets is makkelijker dan haar op haar wenken te bedienen. Johnson wijst erop dat mensen verzot zijn op gruwelverhalen. Dus worden deze onophoudelijk opgedist en zwelgt het publiek in verhalen over de vijand die “kinderen ombrengt, maagden verkracht” en hele populaties “scalpeert”.

De grote Britse waarschuwt voor het bedrieglijke dat aan deze verhalen kleeft en gaat zelfs zover om te stellen dat wijze mensen niet bang hoeven te zijn voor plunderende soldaten maar wel voor de “zolderkamertjes die vol zitten met pennenlikkers die gewend zijn om te liegen”. Daar wordt dus de liefde voor de waarheid dus echt opgeofferd: niet in de oorlog, maar op zolderkamertjes. Ik vind het een briljant inzicht. Weliswaar zijn de pennen inmiddels vervangen door schermpjes en toetsenborden, maar boven in het huis, net onder de hanenbalken en ver verwijderd van de begane grond, verliest de waarheid ook nu nog steeds weer van de leugen.